Me verwonderen over verwondering

Zomaar een dinsdagochtend op het werk. ‘Just another day at the office’ zou je kunnen zeggen. Student X heeft een uitgebreid logboek geschreven over zijn projectactiviteiten van de laatste weken. Idee daarvan is dat studenten zich wat bewuster zijn van het waarom van dingen die ze doen, om tot een goed eindresultaat te komen. Dat vraagt dus iets meer dan een droog verslag van uur tot uur met feitelijke activiteiten. Juist de vraag waarom nu net die activiteit is in dit geval even van belang. Op mijn vraag aan de student waarom hij het logboek zo heeft gemaakt komt het nuchtere “Eeeh, ja dat moest toch?” Diezelfde middag krijg ik vrijwel hetzelfde antwoord van een groepje andere studenten die wekenlang bezig zijn geweest met een ingewikkelde actorenanalyse, waar vervolgens in de uitwerking van hun plannen niets mee gedaan is. “Ja, de projecthandleiding stelt dat er een actorenanalyse moet komen….”.

Complete rapporten, pagina’s met tekst en vele Mb’s aan afbeeldingen heb ik zo gemaakt zien worden, zonder dat een student zich schijnbaar even afvroeg, “waarom zou ik dit eigenlijk moeten doen?” En dat is niet alleen zonde van de tijd en energie. Niet alleen erg improductief en inefficiënt. Het draagt ook nog eens niet bij aan de ontwikkeling van studenten die we anno nu nodig hebben. Een student die zich verwondert. Die nieuwsgierig is. De onderzoekende en ondernemende student. Plato schreef het al (of was het nu Aristoteles? Of beide?) ‘Verwondering is het begin van wijsheid’.
Als ik de studenten uit het voorbeeld boven vertel dat ze meteen moeten stoppen met dingen doen, alleen maar omdat ik, of een van mijn collega’s ze gezegd hebben dat dat moest, kijken ze me vaak verwonderd aan. Eindelijk.

Conclusie van een vorige post, maar bijvoorbeeld ook van dit door mijn collega Hans Hasselt laatst gedeelde filmpje, is niet voor niets dat het onderwijs zou moeten streven naar het stimuleren van meer stoeien, meer enthousiasmeren en verwonderen. Studenten, en eigenlijk iedereen, moet zich een tijd vast kunnen bijten in een onderwerp waar je nog niets van weet. Iets dat je nog niet begrijpt, maar wel achter wilt komen. Klooien noemde ik het zelf. Klooien en leren van fouten, in plaats van deze af straffen. Klooien om zo te komen tot nieuwe inzichten. En ja, daar ligt dus ene taak voor het onderwijs. Prikkel de nieuwsgierigheid. Verwonder samen met de studenten. En geef ruimte aan eens op een andere manier naar problemen kijken.

Zef Hemel schreef er deze week nog een blogje over. In dat blog een mooie verwijzing naar Alice in Wonderland. Wat zou er zijn gebeurt als Alice niet verwonderend ‘down the rabbit hole’ was gegaan?
Fijntjes wijst Hemel er op dat planning en planners (en laat dat nu net mijn vakgebied zijn) vaak niet zo van verwondering houden. Sterker nog, veel ruimtelijke plannen proberen het onverwachte nog in te calculeren en liever nog uit te schakelen. ‘Planning is het uitbannen van toeval’. Het moge duidelijk zijn….niet meer doen dus!

De wereld ontwikkelt zich in ijltempo naar een wereld waar veel dat onbereikbaar leek bereikbaar wordt. Informatie is dichterbij dan ooit. Feitje: de smartphone in je broekzak heeft meer rekenkracht dan Ronald Reagan als president van de VS tot zijn beschikking had. In een wereld van overvloed aan informatie en zeldzaam makkelijk bereikbare tools, gaat het er niet meer om dat je leert hoe dat nieuwe app-je nou weer werkt. Het is helemaal niet zo interessant om een specifieke analyse-tool feilloos te beheersen. Voor je werk later is er immers misschien wel een betere, of nieuwere ontwikkeld, of heb je iets heel anders nodig. Je hoeft echt niet iedere vaardigheid al te beheersen.
De echte vaardigheden die jet moet hebben zijn nieuwsgierigheid, leergierigheid en adaptief vermogen bijvoorbeeld. Het is juist interessant om je af te vragen wat je nog meer zou willen met al die tooltjes. Waarschijnlijk is het ergens al uitgevonden. Het is interessant om je te verwonderen waarom bepaalde problemen nog bestaan en hoe je het op een interessante manier op kunt lossen. Waarschijnlijk is er iets of iemand die je daarbij kan helpen. De netwerksamenleving helpt graag.

Amerikaans ondernemer Seth Godin schreef twee jaar geleden “When everyone has access to the same tools …then having a tool isn’t much of an advantage. The industrial age, the age of scarcity, depended in part on the advantages that came with owning tools others didn’t own.
Time for a new advantage. It might be your network, the connections that trust you. And it might be your expertise. But most of all, I’m betting it’s your attitude.”

Met andere woorden. Het hebben van een goed netwerk? Zóu kunnen helpen. De dingen waar je goed in bent? Zóuden kunnen helpen. Maar wat is écht een groot voordeel in deze tijd? Je houding. Een houding van verwondering en nieuwsgierigheid wat mij betreft.

Follow the White Rabbit!

(pssst. Ja natuurlijk, het voorbeeld uit de eerste twee alinea’s is expres ietsje te dik aangezet. Zó slecht is het nu ook weer niet gesteld met de student van nu. Gelukkig maar)

Geef een reactie